In mijn hok

februari 24, 2021 6:54 pm Published by Leave your thoughts

 

Toen wij, twee musici, in 2017 ons huis kochten, hadden we een duidelijke wens: mogelijkheid voor een studio in de achtertuin. Bij het ontwerp en de bouw in 2018 delfde ik meermaals het onderspit, ik wilde het gebouw kleiner en minder hoog, maar stemde in met de redenatie dat we er heel veel uur in zouden door gaan brengen, beter niet bouwen dan slecht bouwen. Geen seconde spijt van gehad!

 

De studio was altijd al een heerlijke plek, licht en ruim, heerlijk koel in de zomer en ongeveer warm in de winter. Het scheelt dat je veel beweegt als je basspeelt. Nu met het vele thuiswerken is het helemaal een onmisbare plek geworden, even echt weg uit het huis, niets meekrijgen van alle kleine feestjes en drama’s die het leven met een dreumes kenmerken.

 

Maar ja, wat doe je dan in die studio als project na project wordt afgezegd en uitgesteld? Tja. Nu heb ik een gedegen en saai standaard studieprogramma: elke ochtend open snaren (echt waar) en toonladders. Ik moet zeggen dat die laatste nog nooit zo goed zijn geweest als nu! Maar dan? Eerst vermaakte ik me nog met oude voordrachtsstukken, delen van concerten die ik nog niet had gespeeld in mijn studie. Ik had ook nog honderden uren aan opnames van lessen staan, dus daar ben ik ook ingedoken. Hetgeen wat echter het meest blijft trekken, zijn hondsmoeilijke dubbelgreep etudes van Nanny. Ik vind ze hondsmoeilijk in ieder geval. Dubbelgrepen zijn op een contrabas niet zo evident, we hebben door onze stemming (in kwarten, niet in kwinten zoals de andere strijkers) en onze grote mensuur (snaarlengte) nu eenmaal vrij beperkte mogelijkheden. Ik had me  nooit heel erg in dubbelgrepen verdiept, soms kwam het in een stuk voorbij en zette ik mijn tanden extra op elkaar om het goed in te studeren. Maar het boek kwam uit een kast tevoorschijn en na de eerste etude bleek het hek van de dam, iets bleef mij aantrekken om te blijven studeren op alle tertsen, kwinten en octaven (gelukkig is de studio geluidsdicht). Ik houd het zelf maar op de onverminderde behoefte om samen te spelen, en als dat niet met iemand anders kan, dan maar een duo met mezelf.

Categorised in:

This post was written by Nienke

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *