De Stem in de kamermuziek

2 t/m 9 December 2012

Mattijs van de Woerd (bariton)

Bij kamermuziek denk je niet snel aan de menselijke stem. Toch is er een schat aan repertoire voor zang en klein ensemble. Voor dit programma is gekozen voor twee werken voor bariton en klein ensemble: Chansons madécasses van Maurice Ravel (voor bariton, fluit, cello en piano) en Dover beach van Samuel Barber (voor bariton en strijkkwartet).

Het programma opent met de Sonate voor fluit, altviool en harp uit 1915 van Claude Debussy (1862-1918). Het was voor het eerst dat deze combinatie van instrumenten in een kamermuziekwerk werd toegepast. Het werk bestaat uit drie delen: 1. Pastorale (Lento, dolce rubato); 2. Interlude (Tempo di Minuetto); 3. Finale (Allegro moderato ma risoluto). We horen Imre Rolleman op fluit, Lotte de Vries op altviool en Veronique Serpenti op harp.

Bariton Mattijs van de Woerd zingt vervolgens de Chansons madécasses (1925-26) van Maurice Ravel (1875-1937), begeleid door Shuann Chai op piano, Sanne van der Horst op cello en Imre Rolleman op fluit. De drie liederen op gedichten van Evariste Desire de Forges Parny zijn geschreven voor en opgedragen aan mezzosopraan Elizabeth Sprague-Coolidge. Ze kunnen echter, zoals nu, ook heel goed worden uitgevoerd door bariton.

Begeleid door strijkkwartet (Caroline Wagner en Tinka Regter op viool, Lotte de Vries op altviool en Sanne van der Horst op cello) zingt Mattijs van de Woerd vervolgens Dover Beach, een vroeg werk uit 1931 van Samuel Barber (1910-1981), gezet op het gelijknamige gedicht van de Engelse dichter Matthew Arnold uit 1867. Arnold bezingt het strand bij Dover waar hij zijn huwelijksreis doorbracht en waar je bij helder weer de kust van Frankrijk kunt zien.

Het concert besluit met een instrumentaal werk: het Kwintet voor fluit, harp, viool, altviool en cello (1928) van de Franse componist (en marineofficier) Jean Cras (1879-1932). Zijn muziek is sterk beinvloed door zijn Bretonse afkomst, zijn reizen naar Afrika en zijn lange verblijf op zee.